2. HOEKVLAGGEN

KBS Meekoppelmetro Button 2 Hoekvlaggen plaatsen rond

 

Zorg op stedelijk of regionaal niveau voor het gezamenlijk bepalen van een samenhangende strategie voor het stedelijk beheer op de middellange termijn. Hier vindt u tips over de wijze waarop dit strategisch beheer kan worden aangepakt.
Vier hoekvlaggen symboliseren de basiscondities van de strategische aanpak: samenwerking & regie, financiële condities, uitwisseling van informatie en timing van de uitvoering.

Over het algemeen geldt: hoe duidelijker de afspraken over deze stedelijke ‘hoekvlaggen’, hoe hoger de kans op meekoppelsucces op het ‘speelveld’. Maar de praktische basiscondities voor het meekoppelen zullen ook een fundament moeten hebben in de vorm van een filosofie of visie op het stedelijk beheer (zie Startsituatie).

Is dat fundament helder, dan kunt u gezamenlijk heldere afspraken over de basiscondities maken:
KBS Meekoppelmetro Hoekvlaggen Icoon 1

Wijze van samenwerken en regie voeren
Meekoppelen vereist intensief samenwerken. Dat begint bij heldere, vaste overlegstructuren op stedelijk niveau. In een dergelijk strategisch overleg benoemt u lange termijn doelen en maakt u afspraken over de regievoering voor integraal assetmanagement op gebiedsniveau.  >>

>>> Voer strategisch overleg

In het strategisch overleg komen systeemkeuzes in de netwerken op de schaal van de stad en regio aan de orde op de middellange (5-8 jaar) en lange termijn (>8 jaar). Het overleg koppelt doelen zoals het klimaatbestendig maken van de systemen aan geplande grootschalige ingrepen op gebiedsniveau. Daarmee agendeert het de meekoppel-opgave voor de uitwerking (zie hoofdstuk ‘Het Speelveld’). Het belangrijkste resultaat van het strategisch overleg is het gezamenlijk prioriteren van de uit te voeren werken. Daarnaast agendeert het overleg mogelijke bestuurlijke kwesties.

Ook op gebiedsniveau is het goed om de samenwerking in een duidelijke overlegstructuur te vertalen. Afstemming tussen beheerders op korte termijn vindt hier vaak al plaats (0-2 jaar). Maar vaak beperkt het doel hiervan zich tot overlastbeperking. Om synergievoordelen voldoende uitwerkingstijd te geven is het aan te bevelen om de afstemming niet alleen op de korte maar ook op de middellange termijn te organiseren (0-8 jaar).

>>> Benoem een beheerregisseur

Een door de diverse partijen benoemde beheerregisseur kan bredere doelen (waaronder klimaatadaptatie) agenderen, die leidend zijn voor de te selecteren uitvoeringsmaatregelen (bijvoorbeeld meer groen in een sterk verhard wegprofiel). De regisseur brengt het meekoppelen op gebiedsniveau in de praktijk.

De regiepartij kan een gemeente zijn, maar dat hoeft niet. Belangrijk zijn de persoonlijke competenties: de beheerregisseur kan partijen verbinden en kent de verschillende organisaties qua financiële systematiek, organisatiecultuur en bestuursvorm.

>>> Praktijkvoorbeelden

Een goed voorbeeld hiervan is de stad Deventer, waar tweemaal per jaar een overleg is met de belangrijkste assetmanagers in het stedelijk domein.

In de Haarlemmermeer is een dergelijke samenwerkingsoverleg gestart. Partijen hebben frequent overleg op de korte termijn over de afstemming van werkzaamheden en tweejaarlijks overleg op middellange termijn, waarbij ook aanzetten voor systeemkeuzes worden ontwikkeld. Er zijn uitdrukkelijk twee partijen betrokken bij de regievoering. De Gemeente en een van de netbeheerders zorgen gezamenlijk voor de afstemmings- en meekoppeloverleggen. Iedere deelnemende beheerder heeft de mogelijkheid projecten of urgenties te agenderen.


>Financiële condities
De financiering van stedelijk beheer en onderhoud sterk is gecategoriseerd per afzonderlijke asset. Dat komt onder andere door de Nederlandse begrotingssystematiek (Besluit begroting en verantwoording, bbv). U kunt door deze budgetten samen te voegen klimaat-adaptatiemaatregelen slimmer financieren (financieel meekoppelen). Ook kunt u investeringen terugverdienen door lange termijn beheervoordelen of vermeden schades te begroten (life cycle voordelen).  >>

 

 

 

Als de visie of filosofie over duurzaam stedelijk beheer door alle instanties gedragen wordt, kunt u deze vertalen in afspraken over de financiële spelregels die het meekoppelen in de dagelijks praktijk bevorderen:

  1. Zorg voor flexibiliteit tussen sectorbegrotingen
  2. Bevorder Life Cycle Costing
  3. Beloon de initiatiefnemer

 

>>> zorg voor flexibiliteit tussen sectorbegrotingen

KBS Meekoppeltool diagram MJOP

Het ontschotten heeft vooral betrekking op de gemeentelijke boekhouding, in sommige gevallen ook op die van het waterschap.

Per sector worden meerjarenonderhoudsplanningen opgesteld (MJOP’s), bijvoorbeeld voor wegen, kunstwerken, groen, riolering, baggeren, etc.. De dekkingsbronnen zijn divers.

Onderhoud aan verhardingen worden voor het merendeel uit de algemene middelen gefinancierd. Gemeenten hebben een eigen bevoegdheid ten aanzien van de besteding hiervan per sector. Sommige gemeenten boeken herbestrating als eenmalige uitgave, terwijl leidinginfrastructuur in 30 jaar wordt afgeschreven.

Onderhoud aan riolering wordt gedekt uit rioolheffing. Er zijn regels over het gebruik van de rioolheffing. Gelden uit de heffing mogen niet naar de algemene middelen vloeien. Wel mag bij rioolvervanging een vastgesteld deel worden ingezet voor herbestrating.

Klimaatbestendige maatregelen zijn soms sectorbegroting overstijgend. Meer infiltratie via openbaar groen kan kostenbesparend zijn voor het (regenwater)riool en zou dus mede via de rioolheffing gefinancierd moeten kunnen worden. Gemeenten opereren hier verschillend in. Rotterdam bijvoorbeeld heeft de waterpleinen mede gefinancierd uit de rioolheffing, omdat de pleinen een bijdrage leveren aan het rioolsysteem.

Ook tussen instanties onderling kunnen budgetten worden samengevoegd om zo gezamenlijk efficiencyvoordelen in de totale beheerketen te behalen. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen de gemeente Zwolle en Waterschap Groot Salland onder de naam RIVUS. 

 

>>> Bevorder Life Cycle Costing

Bij een Life Cycle Cost benadering worden de aanlegkosten, de onderhoudskosten en de uiteindelijke verwijderingskosten – kortom de gehele levenscyclus – in de tijd uitgezet en teruggerekend (contant gemaakt) naar de waarde van nu. Zo’n cyclus kan afhankelijk van de technische levensduur 50 tot 100 jaar bedragen.

In deze totale Life Cycle wordt echter niet altijd rekening gehouden met effecten van klimaatverandering. Met behulp van een Climate Cost Tool (CliCo) Tool – (In concept ontwikkeld in een samenwerking door gemeente Amersfoort, Alterra Wageningen UR en SKB) – kan een indicatie worden gegeven van de extra kosten door klimaatverandering binnen de periode van de Life Cycle. Dit scenario kan vervolgens worden vergeleken met de totale kosten van een de alternatieve levenscyclus als op korte termijn ook investeringen in klimaatbestendigheid worden gedaan. Door beide Life Cycles met elkaar te vergelijken kan de afweging worden gemaakt tussen het nu nog niets doen (en daarmee het accepteren van schade door klimaatverandering in de toekomst) of al wel te investeren in aanpassingen in relatie tot klimaatverandering.

De Gemeente Nijmegen stelt in de beleidsnota ‘Geef ze de (openbare) ruimte’: “Bij nieuwe grote projecten gaan we de hele levenscyclus van de openbare ruimte beschouwen. Ultieme einddoel is dat de (her)inrichting van nieuwe openbare ruimte niet meer eindigt met het afronden van een planexploitatie, maar dat we gaan werken met integrale gebiedsexploitaties waarbinnen de initiële inrichtingskosten in samenhang worden berekend met de meerjarige kosten voor het beheer en onderhoud.”

Zie ook http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/dgo/publicaties/toekomstwaarde/

 

>>> Beloon de initiatiefnemer

Sommigen gemeenten brengen de kosten voor het herstel van de openbare ruimte in rekening bij de partij die een onderhoudswerk uitvoert, zoals het telecom- of drinkwaterbedrijf. Als gevolg hiervan wachten deze bedrijven af totdat de gemeente zelf iets uitvoert. Dit werkt een sterker tweerichtingsverkeer niet in de hand. Partijen kunnen ook afspreken dat de initiatiefnemer voor een werk juist beloond wordt wanneer deze aantoonbare meekoppelvoordelen kan genereren, zoals een verbeterde regenwaterafvoer via het trottoir.

Talrijke kleine investeringen voor vastgoedrenovaties kunnen worden benut voor een betere klimaatbestendigheid. Van de regenton in de voortuin tot en met het realiseren van een polderdak op een ziekenhuis, sporthal of wooncomplex. Veel renovaties doorlopen echter geen vergunningprocedure, waardoor ze onzichtbaar blijven voor gemeente en waterschap.

Met financiële prikkels kunnen private partijen worden gestimuleerd om klimaatbestendige maatregelen mee te koppelen met hun eigen investering. Denk aan subsidies voor groene daken, of korting op de rioolheffing bij aantoonbaar verminderde regenwaterafvoer.

Voor ontwikkelingen die wel vergunningplichtig zijn kan het versnellen van doorlooptijden voor vergunningverlening een prikkel zijn voor het maken van waterrobuuste plannen.

Een voorbeeld van het financieel belonen van particuliere initiatiefnemers is het project Waalweelde. Particuliere (woningbouw)ontwikkelingen kunnen daar rekenen op een financiële vergoeding op het moment dat zij een bijdrage leveren aan de waterstandsverlaging.


KBS Meekoppelmetro Hoekvlaggen Icoon 3

>Informatie uitwisseling
In de ‘smart city’ kunnen stedelijke data steeds beter worden gegenereerd, geïntegreerd en publiekelijk ontsloten. Met GIS systemen zorgt u voor een helder en toegankelijk totaaloverzicht van alle assetinvesteringen. Tegelijkertijd wordt het zo eenvoudiger om klimaateffectanalyses te projecteren op de voorgenomen investeringen. Kortom: de confrontatie op de kaart: waar wordt gewerkt en waar ligt een (klimaat)opgave?  >>

 

KBS Meekoppeltool schema GIS

>>> zorg voor een eenduidige inventarisatie

Beheerdiensten zijn vaak koploper in het werken met GPS-data en GIS-systemen. Zo is een defecte lantaarnpaal snel gelokaliseerd en vervangen. GIS wordt echter vaak onderbenut als planningtool. In Zwolle is ervaring opgedaan met het gebruik van GIS als platform voor samenwerking tussen de beheerders. Niet alleen de reeds voorgenomen investeringen in de assets kunnen – tot de centimeter nauwkeurig – worden verzameld in GIS, maar ook de nog globale wensbeelden of onderzoekgebieden.

Van essentieel belang is de koppeling van klimaateffectanalyses (bijvoorbeeld de hittestress- of wolkbreukkaart) met deze al bestaande GPS data en GIS systemen. Daarmee wordt zichtbaar:
waar, wanneer en met welke voorgenomen beheers- of investeringsactiviteit een koppeling gelegd kan worden met een klimaatadaptieve maatregel. Wanneer niet wordt gekozen voor GIS als informatiecentrum kunnen afspraken worden gemaakt over alternatieve manieren van inventarisatie en integratie, bijvoorbeeld via het uploaden naar een website waarop verschillende bedrijven in hun eigen format hun voorgenomen investeringen en planningen.

 

>>> benut GIS als openbaar communicatieplatform

Door met GIS te werken kan de continue stroom aan stedelijke investeringen op elk gewenst moment worden aangevuld of ingezien. In eerste instantie is het daarmee een effectief platform tussen gemeente, waterschap, nutsbedrijven en vastgoedbeheerders. Daarnaast kan het platform ook een belangrijke schakel in de communicatie met burgers zijn. Dat vraagt om goede afspraken over wat publieke informatie mag zijn en wat (nog) niet.


KBS Meekoppelmetro Hoekvlaggen Icoon 4

>Timing
Kies de planning en het moment van uitvoering van klimaatbestendige maatregelen zorgvuldig. Het heeft groot effect op de investeringen. De meeste assets kennen een onderhoudsplanning van twintig jaar of langer. De meeste uitvoeringsplanningen kennen echter een horizon van vier a vijf jaar. Hier heeft u een belangrijke integratiekans bij het prioriteren vanuit de de langetermijn-begrotingen naar de korte-termijn uitvoeringsplannen. >>

 

In dat stadium verkent u waar koppelingen kunnen worden gelegd met klimaatbestendig bouwen, inrichten en beheren. Daarnaast zijn door synchronisatie synergievoordelen te behalen door investeringen tussen assets onderling af te stemmen op inhoud en planning.

KBS Meekoppelmetro Hoekvlaggen Timing

 

>>> synchroniseer de planningstermijnen

Planningstermijnen voor de uitvoering van beheer en onderhoud verschillen bijna altijd tussen de verschillende beheerinstanties. Deze varieert in de praktijk van 2 tot uiterlijk 5 jaar. In Amsterdam heeft het gemeentebestuur de wens uitgesproken naar strategisch 8 jaar-planningen te gaan.

Kleinschalige meekoppeloplossingen, zoals het kiezen van verhardingsmaterialen kosten geen extra procestijd. Zeker wanneer deze oplossingen onderdeel uitmaken van een gemeentelijke standaard zoals het handboek openbare ruimte. Bij verdergaande systeeemverbeteringen, zoals het aanpassen van een wegprofiel of het afkoppelen van een wooncomplex is het het belangrijk om verdergaande procesafspraken te maken. Dat kan zijn door meer tijd in te bouwen voor het betrekken van expertise op het gebied van klimaatbestendigheid.

U kunt daarnaast ook procesafspraken maken over het synchroniseren van uitvoeringsplanningen van verschillende betrokken assets, indien de assethouders daar – om wat voor motief dan ook – de meerwaarde van zien De gemeenteplanning zou initiatiefnemer kunnen zijn richting haar stakeholders voor een dergelijke synchronisatie.

 

>>> creëer ruimte voor burgerparticpatie

Binnen de uitvoeringshorizon 4-5 jaar is er in beginsel voldoende gelegenheid om de inbreng van bewoners, bedrijven of maatschappelijke instanties bij een onderhoudswerk te betrekken. Het is wel zaak deze interactie bijtijds in het proces te plannen, aangezien er al snel enkele maanden tijd gemoeid is met het informeren, uitwisselen en vormgeven aan ideeën.